Hoe verloopt de begeleiding van jongeren na hun schooltijd in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en praktijkonderwijs (pro)? Een onderzoek van Kennispunt Twente brengt in kaart hoe nazorg nu plaatsvindt, wat goed werkt en waar nog kansen liggen voor verbetering.
Nazorg start al vóór uitstroom
Scholen beginnen vaak al ruim vóór het verlaten van school met nazorg. Leerlingen en ouders gaan in gesprek over het uitstroomprofiel en de mogelijkheden na school, zoals werk, dagbesteding of vervolgonderwijs. Praktijklessen en stages helpen jongeren om sectoren te verkennen en ervaring op te doen.
Na uitstroom verschilt de invulling van nazorg per school. Sommige scholen plannen vaste contactmomenten, anderen stemmen begeleiding af op de behoefte van de jongere. Vaak gaat het om contact via telefoon, app of een werkplekbezoek. De tijd die scholen hieraan besteden varieert.
Niet alle jongeren blijven in beeld
Respondenten geven aan dat nazorg niet voor alle jongeren even goed werkt. Vooral jongeren zonder formele ondersteuning of stevig sociaal netwerk lopen risico om uit beeld te raken. Ook jongeren met wisselende banen, veranderende contactgegevens of een kwetsbare thuissituatie blijken soms moeilijk bereikbaar.
Daarnaast gebruiken scholen regelmatig een toekomstplan om met leerlingen over hun toekomst te praten. Toch gebeurt dit nog niet overal structureel en sluiten deze plannen nog onvoldoende aan bij andere partijen in de nazorgketen.
Relatie en samenwerking maken het verschil
Een sterke band met de jongere vormt volgens scholen een belangrijke succesfactor. Door jarenlang contact kennen scholen hun leerlingen goed en kunnen zij hen helpen bij een passende vervolgstap. Persoonlijk contact en een warme overdracht naar andere partijen vergroten de kans dat jongeren goed in beeld blijven.
Tegelijk ervaren scholen en gemeenten knelpunten. Rollen en verantwoordelijkheden zijn niet altijd duidelijk en werkwijzen verschillen per gemeente. Ook een tekort aan tijd en middelen speelt een rol, vooral bij jongeren met complexe problematiek.
Samenwerking kan sterker
Scholen werken bij de overgang van leerlingen samen met gemeenten, doorstroompunten, ouders, werkgevers en organisaties voor dagbesteding. Die samenwerking helpt om uitstroomplekken te organiseren en jongeren te begeleiden.
Toch zien betrokkenen ruimte voor verbetering. Zij pleiten voor duidelijkere afspraken, structureel overleg en betere gegevensuitwisseling. Nu werken organisaties vaak met verschillende systemen, wat zorgt voor extra werk en minder overzicht.
Nieuwe wet vraagt om duidelijke afspraken
Vanaf januari 2026 verandert de rolverdeling door de wet Van school naar duurzaam werk. Scholen blijven dan twee jaar na uitstroom actief betrokken bij hun oud-leerlingen en nemen een leidende rol in de nazorg. Gemeenten blijven belangrijke partners, vooral bij complexere situaties. Voor een goede uitvoering noemen betrokkenen drie belangrijke voorwaarden: duidelijke rollen en afspraken, goede samenwerking tussen onderwijs en gemeenten en een eenvoudiger systeem voor informatie-uitwisseling.
Ontwikkelen routekaart
Om dit in de praktijk te ondersteunen, zijn we nu bezig met het ontwikkelen van een routekaart. Deze kaart laat zien hoe nazorg en begeleiding per leerling verloopt en maakt de stappen helder voor alle betrokkenen. Zodra de routekaart klaar is, delen we het binnen het netwerk, zodat iedereen goed geïnformeerd is en jongeren optimaal begeleid worden bij hun overgang naar werk, dagbesteding of vervolgonderwijs.
Wil je het volledige onderzoek bekijken? Neem contact op met Jeroen Dijkstra, netwerkcoördinator vso/pro en arbeidsmarkt via Jeroen@twentsebelofte.nl. Hij deelt het graag met je.