‘Zo doen we dat in Twente!’ is een nieuwe rubriek waarin we verhalen delen over de samenwerking en initiatieven die onze regio sterker maken. Deze rubriek laat zien hoe Twentse professionals elkaar vinden, verbinden en samen zorgen voor betere kansen voor onze jongeren.
Monique Zwerink, doorstroomcoach bij het Doorstroompunt Subregio Almelo, bijt het spits af in deze eerste editie. Monique heeft, samen met haar collega’s, ervoor gezorgd dat de samenwerking tussen de regionale doorstroomcoaches is verbeterd.
Niet blijven klagen, maar gewoon doen
Monique vertelt enthousiast: “Toen de Twentse Belofte een aantal jaren geleden van start ging, merkten we dat er op beleids- en bestuurlijk niveau veel overleg plaatsvond, maar dat we op uitvoeringsniveau nauwelijks contact hadden. Ik kende mijn collega’s uit gemeente Losser, Oldenzaal en Haaksbergen niet eens.” Dit gebrek aan verbinding was voor het team in Almelo reden om zelf in actie te komen. “We kunnen wel blijven klagen en zeggen dat het niet werkt, maar daar schieten we niks mee op. Dus hebben we de handen uit de mouwen gestoken en zijn zelf aan de slag gegaan. We hebben alle doorstroomcoaches uit de regio bij elkaar gehaald om elkaar beter te leren kennen en ervaringen uit te wisselen.”
Samenwerken met ruimte voor lokale aanpakken
De eerste bijeenkomst was heel leerzaam. “We begonnen met een paar stellingen om de verschillen tussen de gemeenten zichtbaar te maken. Hoe werkt het in Hengelo? En hoe doen ze dat in Oldenzaal? Het was verrassend om te zien hoe iedereen het op zijn eigen manier doet, maar toch dezelfde doelen voor ogen heeft,” zegt Monique. “In gemeente Enschede hebben ze bijvoorbeeld een actieteam waarin jongerencoaches snel kunnen schakelen met andere afdelingen. In gemeente Hellendoorn werken ze met zes-wekelijkse overleggen om jongeren in beeld te houden, die extra zorg nodig hebben.” Ondanks de verschillen in werkwijzen, is het doel overal hetzelfde: jongeren de juiste ondersteuning bieden en ervoor zorgen dat ze snel weer op het goede pad komen, of dat nu richting school of een geschikte werkplek is. Monique benadrukt dat variatie in aanpakken juist een kracht is – omdat er nou eenmaal lokale verschillen zijn – maar er moet wel een gezamenlijke basis zijn. “Als we in Almelo een succesvolle methode hebben ontwikkeld, willen we die ook in andere gemeenten kunnen toepassen. Het hoeft niet overal precies hetzelfde te zijn, maar de onderliggende principes moeten wel in lijn zijn met de Twentse Belofte. Zo zorgen we ervoor dat alle jongeren in Twente gelijke kansen krijgen, ongeacht hun woonplaats.”
Zorgen dat er resultaat komt
Wat begon als een eenmalig initiatief, is inmiddels uitgegroeid tot een structurele afspraak. De doorstroomcoaches komen nu twee keer per jaar bijeen, waarbij telkens een ander team verantwoordelijk is voor de organisatie. Monique is vooral trots op de betrokkenheid en inzet van haar collega’s: “Het is een fijne manier om samen te werken aan gemeenschappelijke doelen. Iedereen brengt actief ideeën in, en dat maakt de bijeenkomsten zo waardevol. Door elkaars aanpakken te leren kennen, ontstaat er een breder netwerk van ondersteuning voor de jongeren in Twente. Dit netwerk is van belang, om jongeren effectiever te kunnen helpen, vooral wanneer er snel ingegrepen moet worden om te voorkomen dat bijvoorbeeld risicojongeren verder in de problemen raken.”
Nuchter en praktisch
Deze nuchtere en praktische aanpak, die Monique omschrijft, is kenmerkend voor Twente. In plaats van eindeloos te vergaderen en te discussiëren, wordt er gekeken naar wat er wel mogelijk is. Samen kijken naar oplossingen én die ook daadwerkelijk uitvoeren. “Gewoon aanpakken”, zegt Monique. “En zorgen dat er resultaat komt. Dat is de manier waarop dingen vooruitgaan.