“Als ik vroeger iemand niet mocht, dan vloog ik er zo op, zo erg was het,” zegt Percy met een grijns. Hij kijkt er nu met afstand op terug, maar het typeert wel hoe zijn schooltijd eruitzag. Percy noemt zichzelf een jongen met een kort lontje, te veel energie en een afkeer van klaslokalen. Maar nu staat hij hier: hij werkt vier dagen per week in de wegenbouw, heeft MBO 2 afgerond en begint binnenkort aan zijn opleiding tot kraanmachinist.
“Op school? Daar hoorde ik echt niet thuis.”
Percy’s schooltijd verliep allesbehalve vlekkeloos. “Ik was druk, gewoon té druk. Altijd te laat, eerst nog even een blikje energy scoren voor de bel ging en dat al op de basisschool. In de klas was het vooral veel ouwehoeren. Ik zat vaker in het strafhokje dan op mijn eigen stoel.” Na twee basisscholen en een hoop gedoe kwam hij uiteindelijk op het speciaal onderwijs terecht. “Dat ging iets beter, maar echt rustig werd het niet. Als ik mijn energie niet kwijt kon, liep het uit de hand.” Na groep 8 maakte Percy een bewuste keuze: niet naar het vmbo, wat hij wel kon, maar naar de praktijkschool, het Bonhoeffer College. “Ik wilde gewoon met mijn handen werken.” En dat bleek precies de goede stap. Al snel werd duidelijk dat hij niet thuishoorde in een klaslokaal, maar buiten. “Ik mocht eerder beginnen met stage. Dat is echt mijn redding geweest. Tijdens mijn eerste stage deed ik de complete tuinaanleg: van straatwerk, onderhoud en snoeien tot overkappingen bouwen. Daar kon ik eindelijk mijn energie kwijt.”
“Door mijn opa wist ik wat ik wilde: de bouw in.”
Aan het einde van zijn tijd op de praktijkschool begon Percy echt na te denken over zijn toekomst. “School was niks voor mij, maar ik wist wél dat ik iets in de bouw wilde. Dat heb ik te danken aan mijn opa.” Zodra hij over hem begint, verandert zijn toon. “Als ik niet naar school hoefde, was ik bij hem. Mee naar de bouw, stenen sjouwen, stenen leggen, dat vond ik prachtig.” Zijn opa werkte jarenlang in de bouw en nam Percy al op jonge leeftijd mee het werkveld in. “Hij zei altijd: doe wat goed voelt. En voor mij was dat nooit een lokaal, maar buiten zijn. Iets maken met je handen waar je trots op kunt zijn.” In 2020 overleed zijn opa. “Ik was aan het werk toen ik het hoorde. Dat moment vergeet ik nooit.” Het verdriet was groot, maar zijn richting stond al vast. “Ik wist wat ik wilde. De bouw in. Werken met mijn handen. Net als hij. En uiteindelijk kraanmachinist worden.”
Infravak biedt Percy de juiste route
De bouwplaats bleek de perfecte klas voor Percy. Via Infravak vond hij de leerroute die écht bij hem past: geen dagenlang stilzitten in een lokaal, maar leren door te doen. Met je voeten in de klei, tussen echte vakmensen. Elke dag een beetje beter worden in wat je doet. Sander Gerdes, directeur van Infravak, zag Percy binnenkomen via de Entree-opleiding. “Hij wist precies wat hij wilde: meters maken op de bouwplaats. En die motivatie zie je nog steeds.” Infravak is werkgever van jongeren die een BBL-opleiding volgen in de grond-, weg- en waterbouw. Vier dagen werken, één dag school. “Je leert het vak in het veld,” legt Sander uit. “Bij een erkend leerbedrijf, zoals NTP in Enschede, waar Percy zit, leren ze van ervaren vakmensen. Niet alleen kijken, maar vooral doen. Fouten maken, leren, doorgroeien. Zo word je vakman.” Infravak zorgt voor begeleiding op de werkplek én verzorgt de opleiding. “Elke leerling krijgt bij Infravak een begeleider, iemand die meekijkt, meedenkt en bijstuurt als dat nodig is. Voor Percy is dat Olaf. “Hij houdt contact, kijkt hoe het gaat en is er als er iets speelt,” zegt Sander. “Het geeft rust voor de leerling én ruimte voor het leerbedrijf om zich te richten op het vak zelf. Zo zorgen we samen dat iemand blijft groeien.
In september zet Percy de volgende stap: hij start met de opleiding tot kraanmachinist op niveau 3 aan het SOMA College. Hij blijft bij Infravak in dienst, maar stroomt door naar een ander leerbedrijf. “Daar gaat hij zes weken werken, dan een week school, enzovoort. Dat vindt hij spannend, maar hij weet ook: als je kraanmachinist wil worden, hoort dit erbij,” zegt Sander. “Hij heeft niveau 2 in één jaar afgerond, een traject waar normaal twee jaar voor staat. Veel vmbo-leerlingen redden dat niet eens. Percy wel. En dat is gewoon knap. Kraanmachinist is een verantwoordelijke functie. Maar Percy is er klaar voor,” zegt Sander. “Hij heeft een goede basis, werkt op het juiste niveau en weet wat er van hem verwacht wordt.”
“Mijn korte lontje wordt steeds langer…”
Percy weet dat hij nog niet aan de eindstreep staat. “Op het werk loop ik soms nog tegen dingen aan,” zegt hij eerlijk. “Als iets lastig is, neem ik even een momentje voor mezelf, sigaretje, een beetje rust en dan ga ik weer door. Geen gedoe, het werk moet gewoon gebeuren.” Hij lacht. “Verder zit ik goed. De sfeer is top, we lachen veel met elkaar, maar als het moet, is iedereen serieus. Natuurlijk is niet elke klus even leuk, maar dat hoort er gewoon bij. Soms even op de tanden bijten en doorpakken.” Percy is iemand die precies weet wat hij wil en wat hij ervoor moet doen. “Ik heb een sociaal leven opgebouwd en plezier in m’n werk. En mijn korte lontje? Dat is een stuk langer geworden. School is nog steeds niet mijn ding, maar ik begrijp nu wel dat je het voor jezelf doet. Met een diploma op zak heb je gewoon meer kansen. En ja, ik word ouder, ik zie nu dat het nodig is.”
De kracht van praktijkkennis
Ook Sander ziet die ontwikkeling. “Percy groeit uit tot een echte vakman. Niet de makkelijkste, maar wel iemand met karakter en doorzettingsvermogen. En dat is precies wat je in dit werk nodig hebt. Je hoeft niet in de schoolbanken te zitten om iets te leren. Het is een hardnekkig misverstand dat alleen theoretisch onderwijs de ‘juiste’ of ‘hoogste’ route naar succes zou zijn. Alsof leren alleen waardevol is als het aan een bureau gebeurt, uit boeken, in een lokaal. Voor veel jongeren werkt dat simpelweg niet zo. Dat betekent niet dat ze minder kunnen of minder ver komen. Integendeel. Wie leert in de praktijk, op z’n eigen tempo en met z’n handen, ontwikkelt vakmanschap dat je niet uit een lesboek haalt. Vaardigheden die heel belangrijk zijn voor onze samenleving, maar vaak worden onderschat. Percy is daar een levend voorbeeld van. Hij leert door te doen, blijft zich ontwikkelen en bouwt stap voor stap aan een toekomst waar hij heel trots op mag zijn.”