Mariëlle (27 jaar) heeft op jonge leeftijd veel meegemaakt. Ze is opgegroeid met ingrijpende ervaringen. Wat haar vooral is bijgebleven, is het gemis van iemand die écht naast haar stond. “Er werd niet naar mij geluisterd,” vertelt ze. “Mentoren en professionals gingen vooral in gesprek met mijn ouders. Ik voelde me niet gezien.”
Toch kan Mariëlle precies uitleggen hoe het ook anders kan. Niet tegenover een jongere gaan zitten, maar echt naast iemand staan en samen kijken wat nodig is. Luisteren, heel veel luisteren, kleine stapjes maken en aansluiting vinden bij hoe de jongere zich voelt is Mariëlles boodschap aan onderwijsprofessionals, zorgverleners en gemeenten.
Basisschool: het buitenbeentje
Op de basisschool was het voor Mariëlle in de basis prima. “Ik was een dromerig kind, vaak afgeleid. Daarom mocht ik niet bij het raam zitten. Ik voelde me een beetje een buitenbeentje, net als nog twee andere kinderen.” Ze merkt dat groepjes in de klas haar plek bepaalden. “Bij gym werd ik als laatste gekozen. In groep twee mocht ik niet in het speelhuisje omdat ik te groot was en ik mocht niet knippen, terwijl mijn nichtje dat wel mocht. Door dat soort dingen voel je dat je anders bent. Leerkrachten en medeleerlingen lieten me dat steeds voelen, waardoor ik mezelf nog meer buitenstaander ging voelen.”
Opstandigheid op school
Klas 1 van de middelbare school ging goed, maar daarna veranderde alles. “Na de zomervakantie tussen klas 1 en 2 maakte ik iets ingrijpends mee binnen mijn vriendengroep, door een oudere jongen. Ik spijbelde veel en werd opstandig. Ik deed op mijn veertiende aangifte en volgde therapie, maar daardoor miste ik ook veel school en werd ik een buitenbeentje. We gingen roken, blowen, dat soort dingen.” Hoewel het op dat moment leuk leek om school te missen, kijkt ze er nu anders op terug. “Eigenlijk was het verdrietig, ik had het liever anders gewild. Die therapie destijds was meer pleisters plakken dan echt de wond behandelen. Pas toen ik zeventien of achttien was, werd er echt gekeken naar PTSS en paniek- en angststoornissen. Inmiddels ben ik twee jaar therapievrij.”
Een nieuwe start: stap voor stap
Mariëlle behaalde uiteindelijk haar VMBO-diploma. Op haar zeventiende werd Mariëlle zwanger. “Het was niet gepland. Ik ben getrouwd, kreeg een kindje, maar al vrij snel gingen we uit elkaar. Mijn ouders hielpen met de zorg voor mijn dochter via netwerkpleegzorg.” Tijdens haar scheiding woonde Mariëlle tijdelijk begeleid. “Ik mocht daar een jaar wonen, met een vrijwillige coach die hielp met financiën en dagbesteding. Mijn dochter zag ik via een omgangsregeling. Ik volgde op dat moment EMDR-therapie, dat hielp enorm. Langzaam bouwde ik de band met mijn dochter weer op. Ze woonde vijf jaar bij mijn ouders, dat blijft haar hechtingsplek.”
Van techniek naar ervaringsdeskundige
Na het mbo had Mariëlle verschillende bijbaantjes en maakte daarna de overstap naar de techniek. Ze ging aan de slag als technisch tekenaar. “Het was leuk, maar ik miste het sociale aspect. Daarna meldde ik me aan voor een opleiding tot ervaringsdeskundige. Die volgde ik negen maanden, maar de theorie was te zwaar door alles wat er thuis speelde. Mijn stage ging goed, maar de opleiding kon ik niet volhouden.” Sinds een jaar zit Mariëlle thuis. Ze wil graag weer een opleiding doen, liefst tot ervaringsdeskundige. “Ik heb niet zoveel vertrouwen meer in het ‘systeem’. Alles draait om regels en papieren, terwijl mensen juist maatwerk nodig hebben. In de techniek kom je overal binnen, maar in de zorg niet zonder diploma. Ik weet dat ik het kan, maar de theorie past niet bij hoe ik leer.”
Wat haar het meest vormde
Voor Mariëlle was de middelbare school een cruciale periode. “Het legde een basis voor hoe ik naar systemen kijk. Adviezen dat mijn ouders harder moesten optreden, werkten averechts. Docenten begrepen vaak niet wat er speelde, waardoor ik opstandig werd of vaak afwezig.”
Haar tip voor jongeren: “Zoek iemand die echt met je meekijkt. Een-op-een begeleiding, bijles, gewoon gezien worden. Dat geef ik nu ook mee aan mijn dochter. Ik zorg dat zij de aandacht krijgt die ik zo gemist heb.”
Betere ondersteuning voor jongeren
Mariëlle benadrukt dat jongeren eerder in beeld moeten komen. “Op het VMBO moet iemand meekijken met de klas, zodat jongeren echt een open boek kunnen zijn. Het is belangrijk om uit het boekje te stappen en écht contact te maken.
Hulpverleners achter een bureau zijn prima, maar praten gaat veel fijner als iemand naast je loopt in plaats van tegenover je aan een tafel zit. Pas dan voelen jongeren zich echt gezien, bijvoorbeeld tijdens een wandelingetje, gewoon in joggingpak en met een frikandelbroodje. De regels soms los laten en echt aansluiten bij de persoon.”
Mariëlle denkt mee over jongerenparticipatie
Mariëlle zet zich actief in binnen de Twentse Belofte, in de werkgroep jongerenparticipatie. Hier deelt ze haar ervaringen en denkt mee over hoe alle jongeren in Twente zo goed mogelijk duurzaam aan werk of een passende dagbesteding geholpen kunnen worden.
Dit artikel is geschreven door Isa Knol. Ze werkt bij de redactie van DWF Media en maakt ook deel uit van de werkgroep jongerenparticipatie.