Twentse Belofte kinderen

Netwerkbijeen-komst Hengelo

Belangrijkste inzichten: netwerkbijeenkomst Hengelo

Op woensdag 16 april vond bij ’t Genseler in Hengelo de netwerkbijeenkomst VSO/PRO en gemeenten voor de subregio plaats. Tijdens deze bijeenkomst kwamen professionals van VSO- en PRO-scholen, doorstroomcoaches en vertegenwoordigers van gemeenten samen. Het doel: de kwetsbare overgang van school naar werk of vervolgonderwijs verbeteren. Hoe kunnen we de jongeren beter vasthouden, ondersteunen en volgen, vooral in de belangrijke periode ná het verlaten van school?

Tijdens de bijeenkomst werd er stilgestaan bij belangrijke ontwikkelingen, waaronder de nieuwe wet ‘Van school naar duurzaam werk’, die naar verwachting op 1 januari 2026 in werking treedt. Daarnaast deelden jongeren Ilona en Jilles hun persoonlijke ervaringen. Ilona’s verhaal lees je binnenkort op de website. Vervolgens gingen de deelnemers in gesprek over drie onderwerpen: het omgaan met data, de essentie van nazorg en de invulling van jongerenparticipatie. Wat waren de belangrijkste inzichten en ideeën die uit deze gesprekken naar voren kwamen? Hieronder nemen we je mee in de hoogtepunten.

Echt contact boven systemen: behoefte aan één duidelijk overdrachtsdocument
Hoewel er veel verschillende systemen en documenten zijn waarin informatie over jongeren wordt bijgehouden, werd duidelijk dat écht contact belangrijker is dan techniek. Wel is er een duidelijke wens om een overzichtelijk overdrachtsdocument te creëren dat bruikbaar is voor scholen, gemeenten en jongeren. Dit document moet de communicatie tussen betrokkenen vergemakkelijken, vooral voor jongeren die extra zorg nodig hebben. Het moet een warme overdracht mogelijk maken, zodat duidelijk is wie de jongere begeleidt en wat er speelt. Bovendien moeten er heldere afspraken zijn over wat wel en niet gedeeld mag worden.

Daarnaast werd besproken dat de JIKP-module stopt wanneer een leerling uitgeschreven wordt, maar het is wenselijk als deze module nog twee jaar doorloopt, zodat er na de uitstroom nog zicht blijft op de jongere. Alle partijen geven aan dat er een voorkeur bestaat voor één systeem waar iedereen mee kan werken. Dit vergroot de effectiviteit aanzienlijk. Dit geldt voor het te gebruiken document, maar ook voor het software-systeem waar uiteindelijk het document in komt te staan.

Nazorg: dichtbij jongeren blijven, ook als het ingewikkeld wordt
Er is veel enthousiasme om jongeren na schooltijd te blijven begeleiden, maar dit blijkt niet altijd eenvoudig. Sommige jongeren willen geen contact meer, terwijl anderen langzaam uit beeld verdwijnen. Gemeenten en het Doorstroompunt moeten al tijdens de schooltijd betrokken zijn. Door vroegtijdig gesprekken te voeren, wordt er vertrouwen opgebouwd en blijft de begeleiding doorlopen.

De landelijke norm van vijf uur nazorg per jongere is in de praktijk veel te weinig. Veel jongeren hebben meer begeleiding nodig, vooral wanneer er complexe situaties spelen. De 18 uur nazorg, zoals nu in Twente wordt geregeld, wordt als realistischer gezien. Nazorg vraagt ook om flexibiliteit, omdat sommige jongeren genoeg hebben aan een paar gesprekken, terwijl anderen wekelijks contact nodig hebben of begeleiding op de werkplek.

Nazorg moet geen losstaand moment zijn, maar een verlengde van de begeleiding die op school is begonnen. Door goede communicatie tussen scholen, gemeenten en het Doorstroompunt ontstaat er een vangnet.

Wat vinden jongeren zelf belangrijk?
In de nazorg is het belangrijk om goed te luisteren naar de jongeren zelf: wat vinden zij belangrijk in hun begeleiding? Niet iedere jongere heeft dezelfde ondersteuning nodig, daarom is maatwerk essentieel. Het doel is dat jongeren een stabiele situatie bereiken op werk- en woongebied en dat ze weten waar ze terechtkunnen wanneer ze ergens tegenaan lopen. Het is belangrijk dat ze kunnen terugkeren naar hun oude school of de gemeente als ze hulp nodig hebben, zodat deze plekken vertrouwd blijven, zelfs jaren later. De nazorg is succesvol als jongeren zich veilig voelen om hulp te vragen, bijvoorbeeld bij problemen op de werkplek, bij de gemeente of in hun thuissituatie.

Vroegtijdig starten met het uitstroomtraject
Het is van groot belang om tijdens de schooltijd met zowel leerlingen als ouders te praten over het uitstroomtraject. De meeste scholen organiseren ouderavonden waar de verschillende mogelijkheden voor de uitstroom worden besproken. Omdat jongeren vaak moeite hebben om zelf de regie te nemen, is het belangrijk dat school, ouders, de leerling en de gemeente goed samenwerken. Terugkomavonden op school kunnen ervoor zorgen dat de jongere goed in beeld blijft en de overgang naar de volgende fase soepeler verloopt.

Het ‘einddocument van de school vormt het startpunt voor verdere stappen. Jobcoaches vanuit scholen, gemeenten of externe organisaties kunnen de jongere verder ondersteunen. Het is belangrijk dat de jongere zelf aangeeft wat hij of zij nodig heeft, en dat er regelmatig contact is om te monitoren hoe het gaat.

Wat als de droombaan van de jongere niet haalbaar blijkt te zijn? Bijvoorbeeld door een gebrek aan diploma’s? De deelnemers gaven aan dat er meer aandacht komen voor jobcarving – het aanpassen van functies om deze beter aan te laten sluiten bij de capaciteiten van de jongere. Ook een warme overdracht naar het UWV of de gemeente kan helpen om de drempel voor jongeren te verlagen.

Samen verder bouwen
De netwerkbijeenkomst in Hengelo bracht waardevolle inzichten en inspirerende voorbeelden en energie om samen verder te bouwen. Er is behoefte aan een uniforme werkwijze, duidelijke afspraken over gegevensuitwisseling en nazorg, en een aanpak waarin de jongere centraal staat.

De opbrengsten van deze bijeenkomst worden verder uitgewerkt in een regionaal plan van aanpak. Daarbij wordt voortgebouwd op de bestaande samenwerking tussen scholen, gemeenten en het Doorstroompunt.

Door deze gezamenlijke inzet zorgen we ervoor dat jongeren de juiste ondersteuning krijgen en met succes doorstromen naar een duurzame werkplek!

Scroll naar boven