Twentse Belofte kinderen

Netwerkbijeen-komst Oldenzaal

Belangrijkste inzichten: netwerkbijeenkomst subregio Oldenzaal

Op dinsdag 11 februari 2025 vond de netwerkbijeenkomst VSO/PRO in Oldenzaal plaats. Deze bijeenkomst bracht diverse betrokkenen samen: medewerkers van het doorstroompunt Noaberkracht, beleidsadviseur en consulent werk van de gemeente Losser, arbeidsdeskundige van gemeente Oldenzaal en het Twents Carmel College, locatie Praktijkonderwijs. Het doel van de bijeenkomst was om de nazorg voor VSO/PRO-jongeren te verbeteren en de overgang van school naar werk verder te optimaliseren. Wat zijn de belangrijkste inzichten die uit deze sessie naar voren kwamen? We nemen je mee door de hoogtepunten.

De bijeenkomst startte met een presentatie over de nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’, die naar verwachting per 1 januari 2026 van kracht wordt. Daarna werd er uitgebreid gesproken over de lokale situatie in Oldenzaal, Losser en Dinkelland en de ervaringen van de betrokkenen. Vervolgens werd er doorgepraat over vijf belangrijke thema’s, waarvan we hieronder de belangrijkste conclusies delen.

Vijf belangrijke thema’s

1. Wie doet wat? Rollen en verantwoordelijkheden

De scholen zijn bekend met de toekomstplannen en overdrachtsdocumenten, maar er is nog niet veel mee gedaan. De onderwerpen worden wel besproken tijdens de burgerschapslessen en bijgehouden via Presentis. Het is belangrijk dat de overdrachtsdocumenten niet te ingewikkeld zijn, omdat VSO- en PRO-leerlingen daar moeite mee kunnen hebben. Het doel is om deze documenten samen met de leerlingen in te vullen. In het nazorgproces is duidelijk geworden dat de school het initiatief neemt om oud-leerlingen twee jaar lang te begeleiden. Hiervoor hebben de gemeente en de school een protocol opgesteld, waarin de verantwoordelijkheden in de verschillende fasen duidelijk zijn vastgelegd. Vanuit de school is er een nazorgcoördinator en vanuit de gemeente een klantmanager/werkconsulent.

2. Nazorg: Afstemmen van begeleiding tussen school en gemeente

In Oldenzaal, Losser en Dinkelland hebben de gemeenten en de school zoals gezegd een nazorgprotocol opgesteld. Afhankelijk van de situatie van de leerling wordt de nazorg van de coördinator van de school overgedragen aan de klantmanager werk/consulent PW van de gemeente. Gedurende het hele proces is er nauw contact tussen de school en de gemeente. In het laatste schooljaar overleggen de gemeente en de school over waar de leerlingen naartoe uitstromen en waar extra aandacht voor nodig is. Er zijn twee vormen van begeleiding: 1) Standaardbegeleiding, wanneer het goed gaat met de jongere op alle vijf leefgebieden. Hierbij zijn er vier contactmomenten vanuit de school. 2) Intensieve begeleiding, wanneer er problemen zijn op een of meerdere leefgebieden. De contactmomenten worden dan vaker en soms wordt er extra begeleiding ingeschakeld. In het eerste jaar is de school volledig verantwoordelijk voor de nazorg, via de nazorgcoördinator. Aan het eind van het tweede jaar wordt de nazorg overgedragen aan de klantmanager van de gemeente, via een warme overdracht.

3. Communicatie: Korte lijnen, maar ruimte voor verbetering

Op dit moment zijn er nog geen ICT-systemen waar zowel de school als de gemeenten mee kunnen werken, dus het contact verloopt telefonisch en via de mail. De lijntjes zijn kort, volgens de stagecoördinator, en niemand valt buiten beeld na het verlaten van de school. De leerlingen die aan het eind van het schooljaar uitstromen naar werk of vervolgonderwijs worden eind november/begin december besproken tussen de school (ondersteuningscoördinator) en de gemeente (arbeidsdeskundige/Doorstroompunt). Hierdoor ontstaat er een duidelijker beeld van het toekomstperspectief van de leerling en kan de gemeente meedenken over de duurzaamheid van de vervolgplek. Tijdens dit gesprek wordt ook de nazorg besproken. Aan het eind van het schooljaar wordt in overleg met de jongere, de school en de werkgever besloten wie de nazorg op zich neemt. Voor leerlingen die uitstromen naar werk met LKS, ligt de nazorg in principe de eerste twee jaar bij de school. Er is echter een kanttekening: niet alle jongeren willen nazorg vanuit de school. In dat geval wordt bekeken of de regie voor de nazorg bij de gemeente (klantmanager/consulent) komt te liggen.

4. Jongeren betrekken bij hun toekomstplannen

De stagecoördinator merkt op dat het steeds vaker voorkomt dat jongeren geen stage willen lopen, omdat ze niet betaald worden. Voor veel jongeren is betaling een belangrijke motivator. Veel leerlingen van het PRO stromen door naar het ROC. Het is belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt tussen het PRO en het ROC, zodat de jongeren de juiste keuze maken en succesvol zijn. Hierin is een goede afstemming nodig. De jongeren uit Oldenzaal, Losser en Dinkelland worden rechtstreeks aangemeld bij ROC van Twente, voor de Entree opleidingen.

5. Efficiënt omgaan met data: behoefte aan een gebruiksvriendelijk systeem

De monitoring is nog niet goed opgezet, en daar maakt men zich zorgen over. Er is een algemene wens om gegevens vanuit de overdrachtsdocumenten en de nazorg digitaal op te slaan. Het idee is om een jongerenvriendelijk systeem te ontwikkelen, bijvoorbeeld met de mogelijkheid van een app. Vanuit de Twentse Belofte wordt er samen met andere partijen gekeken naar wat een goed systeem zou kunnen zijn voor de nazorg.

Door deze gezamenlijke inzet zorgen we ervoor dat jongeren de juiste ondersteuning krijgen
en met succes doorstromen naar een duurzame werkplek!
uitnodiging bijeenkomst twentse belofte-01_web
Twentse Belofte kinderen
Scroll naar boven