Door de financiële druk op gemeenten en de verwachte bezuinigingen in 2026 wordt de roep om ingrijpende besparingen steeds groter. Toch waarschuwt Peter Lage Venterink, lid regiegroep Twentse Belofte en procesregisseur ‘Werk en Inkomen’ bij de gemeente Hengelo, dat jongeren niet de dupe mogen worden van deze bezuinigingen. “Jongeren hebben onze steun nodig om hun plek in de maatschappij te vinden. Als we nu snijden in hun begeleiding, betalen we daar op de lange termijn een veel hogere prijs voor.”
De wereld waarin jongeren opgroeien wordt steeds complexer
Sociale media brengen veel druk met zich mee voor jongeren. Prestatiedrang en hoge verwachtingen veroorzaken veel onzekerheid. “Het aantal jongeren met mentale gezondheidsproblemen neemt toe,” zegt Peter. “Jongeren hebben een plek nodig waar ze hun vragen en zorgen kwijt kunnen.” Volgens Peter is het belangrijk dat jongeren niet als een ‘probleemgeneratie’ worden bestempeld. “Als maatschappij moeten we hen steunen en in hen investeren. En dat kost tijd, aandacht én geld. Als we dat niet doen, krijgen we een generatie die niet volledig de kans krijgt om mee te doen en bij te dragen aan de toekomst van onze samenleving.”
Iedereen een gelijke kans
Het doel van de regionale samenwerking is volgens Peter heel simpel: “Zorgen dat elk kind en elke jongere een plek krijgt die bij hen past. Geen jongere mag tussen wal en schip vallen. Maar liever spreek ik in positieve termen: we willen dat iedereen een plek op het schip krijgt. Een kind in Delden mag niet een totaal andere aanpak krijgen dan een kind in Losser, alleen omdat de budgetten daar verschillen. Samenwerking voorkomt willekeur en zorgt voor een gelijk speelveld voor alle jongeren in Twente.” Daarnaast wijst Peter op de diversiteit van uitdagingen tussen stad en platteland. “Jongeren in een plattelandsgemeente worden misschien geconfronteerd met alcoholproblematiek, terwijl jongeren in steden worstelen met drugs en groepsdruk. Door regionaal samen te werken, kunnen we die verschillen beter opvangen, ongeacht waar ze wonen en we kunnen van elkaar leren.”
Waarde zit niet in diploma’s
Volgens Peter moeten we ook anders leren kijken naar succes en ambitie. “Jongeren krijgen het gevoel dat ze overal goed in moeten zijn, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. En dat hoeft ook niet. Waar het om gaat, is dat ze een plek vinden waar ze gelukkig zijn en hun talenten kunnen benutten.” Peter spreekt niet alleen vanuit zijn professionele rol, maar ook als vader. Zijn persoonlijke ervaringen met zijn eigen kinderen onderstrepen zijn visie. “Mijn zoon heeft dyslexie en kreeg al jong te horen dat hij met moeite VMBO Kader zou halen. Hij heeft het niet gemakkelijk gehad op school, maar met veel doorzettingsvermogen en niet zonder de nodige obstakels, slaagde hij uiteindelijk voor VMBO TL, de HAVO en een HBO-opleiding. Mijn dochter heeft twee MBO-opleidingen afgerond en daarna haar HBO-diploma behaald. Maar het belangrijkste is, dat ze allebei gelukkig zijn in het werk dat ze doen. Dat maakt me als ouder trots. De waarde zit niet in diploma’s. Het vakmanschap en de persoonlijke ontwikkeling die ze doormaken is veel waardevoller.” Peter vindt het belangrijk dat we jongeren niet allemaal in dezelfde mal proberen te passen. “Een loodgieter is net zo belangrijk als een advocaat. Wat je doet, maakt niet uit, zolang je maar een bijdrage levert aan de samenleving en daar gelukkig mee bent. En natuurlijk is het van belang te kijken of ze een startkwalificatie kunnen behalen.”
Niet elke ouder kan de steun bieden die een kind nodig heeft
Peter legt de nadruk op de rol die ouders spelen in de ontwikkeling van hun kinderen. Ze zijn vaak de eerste en belangrijkste begeleiders in het leven van een kind, maar niet elke ouder heeft de middelen, kennis of ervaring om die rol volledig te vervullen. “Mijn kinderen hadden het geluk dat wij hen thuis konden ondersteunen, maar niet elke ouder kan bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding bieden of moeilijke gesprekken voeren over alcohol, drugs of ander risicovol gedrag,” zegt Peter. “In die gevallen is het aan de gemeente om in te springen. Wanneer ouders ondersteund worden in hun rol, vergroot dat de kansen voor hun kinderen aanzienlijk. Het gezamenlijke doel is dan ook om niet alleen de jongeren zelf te ondersteunen, maar het hele systeem eromheen, zodat zij in een stabiele omgeving kunnen groeien en hun potentieel volledig kunnen benutten.”
De prioriteiten duidelijk stellen
De kracht van de Twentse Belofte ligt volgens Peter in de samenwerking tussen alle partijen. “We hebben één gedeeld budget en werken aan dezelfde doelen,” legt Peter uit. “Het vertrouwen tussen gemeenten, onderwijs en zorg is daarbij heel belangrijk. Peter pleit ervoor om slim en efficiënt met middelen om te gaan, zonder op begeleiding en kansen voor jongeren te besparen. “Neem bijvoorbeeld voetbalvelden. Natuurlijk zijn die belangrijk, maar of het gras nu groen of geel is, heeft weinig impact op het leven van een jongere. Waar het wél om gaat, is of die jongere de juiste begeleiding krijgt wanneer hij of zij vastloopt, of dat nu op school, werk of in persoonlijke kwesties is. Als het zover komt, dat we dit soort keuzes moeten maken, dan moet dáár onze prioriteit liggen.”