In het praktijkonderwijs wordt data nog niet volop gebruikt, maar Anita Reusink en Femke ter Horst, twee ervaren medewerkers in het onderwijs, zien het als een belangrijk hulpmiddel om het onderwijs te verbeteren. “Door meer inzicht te krijgen in de lange-termijn resultaten van leerlingen, kunnen we het onderwijs beter afstemmen op wat zij écht nodig hebben om succesvol te zijn, zowel op de arbeidsmarkt als in vervolgopleidingen.”
Anita Reusink: het potentieel van data in het praktijkonderwijs
Anita Reusink werkt al meer dan 26 jaar bij Praktijkonderwijs ’t Genseler in Hengelo, waarvan 15 jaar als stagedocent en 1 jaar als stagecoördinator. “Het is voor ons belangrijk om te weten waar onze leerlingen na hun schooltijd naartoe gaan, hoeveel van hen succesvol een baan vinden en welke sectoren het beste passen bij hun vaardigheden; deze informatie kan ons helpen om ons onderwijsaanbod te verbeteren,” legt Anita uit. Anita benadrukt dat, hoewel er nu samenwerking is met bedrijven en instanties, zoals het werkplein om leerlingen op de arbeidsmarkt te begeleiden, ze meer kunnen leren van gegevens over de langdurige uitstroom van hun leerlingen. Ze zegt: “Als we bijvoorbeeld weten hoe lang leerlingen daadwerkelijk bij een werkgever blijven en of er sectoren zijn waar ze sneller uitvallen, kunnen we ons stageaanbod beter afstemmen op de vraag vanuit de arbeidsmarkt.” Een concreet voorbeeld laat zien hoe data kan helpen bij het sneller opsporen van problemen. “Bij een bepaald bedrijf kregen leerlingen snel een jaarcontract, maar na een jaar werden ze weer ontslagen. Dit probleem hoorden we toevallig via de praktijk, maar als we data hadden gehad, hadden we dit soort trends sneller kunnen signaleren en directer kunnen aanpakken.”
Aansluiting op de arbeidsmarkt
Een grote uitdaging is het beter afstemmen van opleidingen op de arbeidsmarkt. Anita legt uit: “Veel meisjes willen bijvoorbeeld bloemschikken, maar daar is weinig werk in. We moeten hen dan begeleiden naar een opleiding met meer kansen.” Tegelijkertijd is er veel vraag naar mensen in de bouw en metaal, maar de uitstroom naar deze sectoren blijft klein. Samenwerken met bedrijven is hierbij belangrijk. Via SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) koppelt de school leerlingen aan erkende leerbedrijven. “Sommige leerlingen behalen al certificaten tijdens hun stage, dit is een mooie stimulans en vergroot hun kansen op werk,” zegt Anita. “Als we weten welke sectoren groeien, kunnen we leerlingen daar enthousiaster voor maken. Door bijvoorbeeld nieuwe vakken aan te bieden of samen te werken met bedrijven in die sectoren.”
Femke ter Horst: data en inclusief onderwijs
Femke ter Horst, teamleider bovenbouw en ondersteuning bij Het Stedelijk Diekman in Enschede, heeft een vergelijkbare visie. Hoewel haar school al data verzamelt, is Femke zich er steeds meer van bewust dat data breder ingezet kan worden, bijvoorbeeld om inclusief onderwijs en het welbevinden van leerlingen te verbeteren. Ze legt uit dat haar school steeds meer leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften heeft, die voorheen bijvoorbeeld naar cluster 3-onderwijs gingen. “Dankzij aanpassingen in de klas kunnen ze meedoen. Maar wat ik graag wil weten is: hoeveel van deze leerlingen stromen succesvol uit? Hebben ze alle vakken goed kunnen volgen? Waren er aanpassingen nodig in het rooster of het gebouw?”, vertelt Femke.
Femke vindt het belangrijk dat schooldata niet alleen focust op de prestaties van leerlingen, maar ook rekening houdt met de bredere context, zoals de thuissituatie of sociale factoren, die mogelijk invloed hebben op hun leerproces. “Heeft de gezinssituatie invloed op de prestaties van een leerling? En hoe groot is de impact van interventies, zoals schoolmaaltijden? Dit soort inzichten kunnen ons helpen om gerichter en effectiever ondersteuning te bieden,” zegt Femke.
Kleine beleidsveranderingen, groot effect op welbevinden
Een voorbeeld van hoe data het welbevinden van leerlingen kan verbeteren, is het gebruik van schoolaanwezigheidsdata. Femke legt uit hoe een verandering in het beleid rondom schoolverzuim – van de vraag “waarom ben je er niet?” naar “wat fijn dat je er bent” – een positieve impact had. “We organiseerden een maand waarin schoolaanwezigheid centraal stond en zagen een stijging van 9% in aanwezigheid ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Dit laat zien dat kleine veranderingen in onze benadering een groot effect kunnen hebben op het welbevinden van leerlingen,” zegt Femke. Een ander voorbeeld dat Femke aanhaalt, is de impact van telefoons en sociale media. Sinds het verbod op telefoons merkt de school een duidelijke verbetering: “Er zijn minder akkefietjes, meer communicatie tussen leerlingen en meer betrokkenheid bij activiteiten.”
Data en de langere termijn: waar zitten leerlingen over vijf jaar?
Net als Anita, is ook Femke geïnteresseerd in wat er gebeurt nadat leerlingen de school hebben verlaten. Hoewel beide scholen al twee jaar nazorg bieden, willen ze meer zicht krijgen op wat er daarna gebeurt. “Wat is het effect van de keuzes die leerlingen maken? Waar hebben wij goed gestuurd en waar kunnen we verbeteren?” Femke denkt ook na over de invloed van bredere maatschappelijke factoren: “Wat als we ontdekken dat veel leerlingen later moeite hebben met hun financiën? Komt dat door hun opleiding, of missen ze vaardigheden zoals omgaan met geld? Als we dit weten, kunnen we in het onderwijs programma’s aanbieden die hen op dat gebied verder helpen.”
Het verhaal achter de cijfers
Tot slot benoemen beide professionals dat data alleen waardevol is als we het verhaal erachter begrijpen en niet afgaan op losse cijfers zonder context. “Het gaat niet om de cijfers zelf, maar om wat ze ons vertellen over de leerlingen en hun situatie. Het is een gezamenlijke taak van scholen, gemeenten en andere betrokkenen om de data op de juiste manier te verzamelen en te interpreteren.”
Van intuïtie naar onderbouwd beleid
Kennispunt Twente helpt scholen en gemeenten in Twente met het analyseren van data om onderwijs en beleid te verbeteren. Door trends en patronen in bijvoorbeeld schoolloopbanen te onderzoeken, kunnen vroegtijdige problemen worden herkend en kunnen gerichte beleidsmaatregelen genomen worden die aansluiten bij de behoeften van jongeren. Data biedt inzicht voor het nemen van weloverwogen beleidskeuzes. Het helpt om beslissingen te baseren op feiten in plaats van aannames. Soms bevestigt data wat je al weet, maar het kan ook nieuwe inzichten geven die helpe effectievere keuzes te maken. Het delen van data tussen scholen, gemeenten en andere partners versterkt de samenwerking en maakt het mogelijk gezamenlijke strategieën te ontwikkelen.
Meer inzicht in jouw data?
Wil je meer weten over de data op jouw school of in jouw gemeente? Bijvoorbeeld over het aantal VSV’ers in jouw gemeente of de uitstroom op jouw school? Of heb je een hele andere vraag? Neem contact op met Kennispunt Twente en ontdekt wat er allemaal mogelijk is. Kennispunt Twente is bereikbaar via 053-4876720 of info@kennispunttwente.nl