Kansrijk ondersteunen: In drie sessies weten wat je nodig hebt op jouw school

Om leerlingen goed te ondersteunen is meer nodig dan alleen onderwijsexpertise. Het helpt wanneer andere functionarissen mee kijken. Soms zijn er meer ogen en handen nodig om een kind optimale en passende ontwikkelmogelijkheden te bieden. Het is van belang dat de juiste expertise dichtbij het kind aanwezig is. Wie tot het interprofessioneel team behoort kan per gemeente, wijk en school verschillen. Kijk naar de ondersteuningsbehoefte die op die specifieke schoollocatie gewenst is.

Aan de slag in drie sessies

Op scholen gaan we aan de slag met Interprofessioneel werken, met behulp van drie sessies. Hieronder lichten we de stappen kort toe. Ben je geïnteresseerd om mee te doen? Laat het ons weten via projecten@twentsebelofte.nl.

Sessie 1: Ontmoeten en een eerste verkenning

In de eerste sessie gaan we met elkaar in gesprek. Wie hoort er in het Interprofessionele team? Welke gezamenlijke ambities hebben we? Waar zijn we trots op? Waar hebben we iets te winnen? Wie is incidenteel nodig? Het doel: elkaar leren kennen en verkennen wat er nodig is om leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen. Samen met elkaar vullen we dit format in.

Sessie 2: De analyse onder de loep

Tijdens de tweede sessie onderzoeken we – met behulp van onze gezamenlijke data – hoe we de samenwerking kunnen verbeteren om kinderen en jongeren beter te ondersteunen. Snel, gemakkelijk en met kleine stappen. Zorg ervoor dat je de tweede sessie goed voorbereid met elkaar. Zet vanuit jouw organisatie op een rij welke data je hebt en kijk welke zaken je opvallen. Bereid dit zo voor dat je dit kort, duidelijk en simpel, tijdens de tweede sessie, aan de groep kunt presenteren. Hier vind je een voorzet van mogelijk bruikbare informatie. Dit is ter ondersteuning en niet een complete lijst. Kijk dus vooral zelf ook wat bruikbaar is. Wij spreken af dat we op een professionele manier met elkaars informatie omgaan. Zonder toestemming wordt dit niet extern gedeeld.

Aan de slag

Alle deelnemers presenteren vanuit hun eigen expertise en organisatie de data die beschikbaar en relevant is voor de schoollocatie, klassen of leerlingen. Zo brengen we samen in kaart:

  • Wat is de populatie op de school?
  • Wat speelt er in een bepaalde wijk?
  • Wat zien we op de schoollocatie?
  • Zijn er signalen rondom een klas of clusters van leerlingen?
  • Wat zijn de verwachtingen vanuit de verschillende perspectieven?
  • Welke interventies moeten worden ingezet? Wie is daarbij nodig?
  • Hoe kunnen we het voorliggend veld (welzijnsorganisaties of jongerenwerk) goed benutten?

Dit doen we op:

Schoolniveau:
  • Wat valt op in de school?
  • Kunnen en moeten we hier iets mee preventief versus curatief? Voorliggend versus specialistische hulp
  • Hebben de professionals genoeg handvatten om de juiste ondersteuning te bieden in deze opvallende thema’s? Is bijscholing, extra ondersteuning, kennis noodzakelijk?
  • Hoe is het leer- en leefklimaat?
  • Hoe steken we in op preventie rondom de ondersteuningsbehoeften van de populatie? Denk hierbij aan vervolgstappen rond preventie: schoolbreed of meer scholenbreed trainingen aanbieden op thema’s verzorgd door de betrokken professionals uit het interprofessionele team (zorgaanbieders, jongerenwerkers, jeugdpolitie, etc.).
Klasniveau:
  • Wat valt op in bepaalde klassen?
  • Kunnen en moeten we hier iets in doen?
  • Heeft de leerkracht genoeg handvaten om de juiste ondersteuning te bieden in deze opvallende thema’s, of is bijscholing, extra ondersteuning en kennis noodzakelijk?
  • Hoe is de dynamiek tussen de leerlingen in de klas?
Kindniveau:
  • Hoe werken we samen omtrent een ondersteuningsbehoefte van een kind?
  • Hoe delen we met elkaar op het moment dat er zorgen zijn (vanuit diverse professionals)?
  • Vormt de ondersteuning een geheel op zowel, school en thuissituatie?
  • Hoe is de voorliggende ondersteuning ingericht?
  • Wat heeft de omgeving nodig om de ondersteuningsbehoefte te faciliteren?
  • Kan de zorg naar het kind i.p.v. het kind naar de zorg?
  • Hoe organiseren we gezamenlijke verantwoordelijkheid waarbij we snel benodigde ondersteuning kunnen inzetten?
  • Hoe faciliteren we de ouder in het nemen van de regie?
  • Naar wie kun je opschalen als je er niet meer uit komt?
  • Wie houdt het overzicht en roept eventueel betrokkenen bij elkaar?

Je hebt nu met elkaar vastgesteld welke data relevant is voor de schoollocatie, klasssen en leerlingen.
Op basis van deze analyse komen we tot een brutolijst van interventies.

Bespreek met elkaar:

  • Wat zijn de belangrijkste aangrijpingspunten?
  • Wat kunnen we met elkaar doen rond die aangrijpingspunten?
  • Wie is er nodig? (hierdoor formeer je het Interprofessionele team)
  • Wie is actiehouder?


Breng focus aan en start direct met de ‘quick wins’:

  • Welke acties kun je zelf vanuit je eigen rol al oppakken?
  • Waar heb je anderen voor nodig?
  • Hoe ziet het geheel eruit?
  • Wat kan er al binnen de bestaande capaciteit?
  • Waar is een verschuiving / aanvulling nodig?
  • Wat is belangrijk?
  • Kan het minder?

Sessie 3: Aan de slag met interventies en vasthouden

Interprofessioneel werken vindt op verschillende niveaus plaats. In de basis rond een individueel kind, maar ook in de klas en op het niveau van de school en wijk. Deze verschillende niveaus zullen door elkaar heen lopen en kunnen zowel curatief als preventief vorm hebben. Door te blijven evalueren – hoe doen we het nu, waar willen we naar toe en wat is daarvoor nodig – blijf je als interprofessioneel team in ontwikkeling.

Tijdens de derde sessie is alle informatie verzameld, gebundeld én overzichtelijk gemaakt. We kijken naar de mogelijkheden om elkaar te versterken, met datgeen dat we zien. Vragen die tijdens de derde sessie aan de orde komen zijn: waar vinden we elkaar? Hoe ziet het vervolg eruit? Wie pakt welke actie op? Hoe houden we zicht op het geheel?

Scroll naar boven