genseler-Ilona_web

Intensieve begeleiding voor jongeren na VSO en Praktijkonderwijs

Een toekomstplan, extra begeleiding door de mentor of stagecoördinator van school en werken met een JIM (jouw ingebrachte mentor). Dat zijn belangrijke, nieuwe ingrediënten om jongeren te ondersteunen die na het Voortgezet Speciaal Onderwijs of het Praktijkonderwijs aan het werk gaan of naar dagbesteding gaan. “De komende twee jaar bekijken we wat deze aanpak voor jongeren betekent”, vertelt projectleider Sandrine Wermelink.

Jaarlijks maken tweehonderd tot tweehonderdvijftig leerlingen van het Voortgezet Speciaal Onderwijs en Praktijkonderwijs in Twente de overstap naar werk of dagbesteding. “Ze verlaten hun vertrouwde omgeving en moeten ergens helemaal opnieuw beginnen. Er wordt veel zelfstandigheid van hen verwacht, terwijl ze dat vaak pas later ontwikkelen”, illustreert Sandrine Wermelink de overstap. Sandrine is projectleider Samenwerking Nazorg VSO-Pro-Gemeenten. “We zien dan dat jongeren bijvoorbeeld niet volledig aansluiten bij hun collega’s of heel gevoelig zijn voor veranderingen op hun werkplek. Ook gebeurt er soms iets in de thuissituatie, waardoor ze vastlopen en uiteindelijk afhaken en niet meer naar het werk of de dagbesteding gaan. Dat willen we voorkomen.”

Toekomstplan maken
De Twentse scholen voor VSO en Praktijkonderwijs ontwikkelden samen met gemeenten, Werkplein Twente, en SBB een aanpak met intensieve begeleiding. Sandrine legt uit: “Twee jaar voor ze school verlaten, maken de jongeren met hun mentor of stagebegeleider een toekomstplan. Zo helpen we ze om ruimte te maken voor hun eigen dromen. Ze ontdekken wie ze zijn en wat ze willen.” Uitgangspunt in het toekomstplan zijn de vijf pijlers van zelfstandigheid: support, wonen, school&werk, inkomen en welzijn. Ook wel de Big 5 genoemd. De methodiek is ontwikkeld door het Nederlands Jeugdinstituut. “Dit toekomstplan gaat met de jongeren mee, ook als ze aan het werk of naar de dagbesteding gaan. En de mentor of stagebegeleider blijft hen nog twee jaar na het vertrek van school intensief begeleiden. Hier hebben we voor gekozen, omdat zij al lang met de jongere optrekken en het systeem kennen waarin de jongere zich beweegt.”

Jouw ingebrachte mentor
Naast de stagebegeleider of mentor is het voor de jongere belangrijk om een netwerk te hebben om op terug te vallen. “Voor jongeren die onvoldoende support om zich heen hebben, gaan we op zoek naar een JIM, een jouw ingebrachte mentor”, vertelt Sandrine. Een jongere kiest zelf een JIM. Dat kan bijvoorbeeld een buur, tante of sportcoach zijn. Het is iemand waarin  de jongere vertrouwen heeft, die kan helpen en ondersteunen. “Het werken met een JIM gebeurt al op diverse plekken. Zowel de jongeren als de mentoren ervaren de meerwaarde hiervan. Het geeft de jongeren vertrouwen.”

genseler-Mart en Niels_web

Netwerk van werkgevers, scholen en gemeenten
Naast intensieve begeleiding van de jongeren, is ook ondersteuning van werkgevers belangrijk. “We hebben in Twente een heleboel erkende leerbedrijven. Deze bedrijven willen we samen met de scholen en gemeenten vaker bij elkaar brengen. Om stage- en werkplekken voor de jongeren te arrangeren, maar ook informatie en ervaring uit te wisselen over de begeleiding van de jongeren, en de ondersteuning die bedrijven kunnen krijgen. Door goede afspraken met elkaar te maken willen we voorkomen dat deze jongeren als eerste op straat komen als de krapte op de arbeidsmarkt vermindert.”

Na de zomer aan de slag
Sandrine: “De bestuurlijke opdracht vanuit onderwijs en gemeenten was om een integrale aanpak te ontwikkelen voor alle jongeren in Twente. Met deze aanpak willen we zorgen dat de zelfredzaamheid van jongeren wordt vergroot, ze een vangnet hebben en weten bij wie ze terecht kunnen als er problemen zijn. Zo helpen we hen een stabiel leven op te bouwen en voorkomen we dat jongeren van de radar verdwijnen.” Intensieve begeleiding van de jongeren betekent ook meer werk voor de scholen en extra kosten. Hoe kijken de scholen daar tegenaan? Sandrine: “De scholen zijn enthousiast en willen de begeleiding graag bieden. De betrokkenheid bij hun leerlingen is enorm groot. Onderwijs en gemeenten stellen samen de financiële middelen beschikbaar. De eerste bijeenkomsten om deze aanpak breed uit te rollen staan al voor september gepland.”

Foto: Praktijkonderwijs ‘t Genseler

Scroll naar boven