Van gescheiden werelden naar een nauwe samenwerking. Zo omschrijven onderwijsprofessionals Marian Kroeze en Han Peters de opbrengst van zes jaar Twentse Belofte. “Onderwijs, gemeenten en zorgaanbieders weten elkaar goed te vinden in het belang van jongeren in een kwetsbare positie”, vertelt Marian. “Onze primaire houding is we gaan het samen oplossen.” Of dat altijd lukt? “Zeker niet”, stelt Han. “Er komen telkens pittige uitdagingen bij.”
Marian Kroeze is als directeur van het College voor Loopbaanontwikkeling en Participatie bij ROC van Twente een van de drijvende krachten achter het ontstaan en de uitvoering van de Twentse Belofte. Han Peters, directeur samenwerkingsverband 23.01 VO, zit samen met Marian vanaf 2016 in de regiegroep. Dit schooljaar nemen beiden afscheid van het onderwijs in Twente. We spreken hen over de pareltjes, de kansen en de uitdagingen.
‘We weten elkaar te vinden’
Han en Marian sommen zo een aantal pareltjes van de Twentse Belofte op. Het programma Pre MBO om jongeren te ondersteunen die van voortgezet speciaal onderwijs naar het mbo gaan. Medewerkers van jeugdzorg en verslavingszorg die binnen het ROC van Twente de studenten helpen. En bijvoorbeeld het delen van gegevens tussen onderwijs en gemeenten, zodat jongeren niet uit beeld raken. “Een van de belangrijkste verdiensten, is dat we elkaar weten te vinden. En elkaar durven aanspreken in het belang van de jongeren”, aldus Marian. Daar ging wel wat aan vooraf. Onderwijs en gemeenten moesten elkaar eerst leren kennen. “Het onderwijs kent de jongeren goed, want wij hebben ze in huis. Gemeenten staan juist verder van de jongeren af en hebben te maken met wisselend beleid en politiek. Dat is best ingewikkeld met veertien verschillende gemeenten. Voor een goede samenwerking moet je inzicht hebben in elkaars organisaties, belangen en werkwijzen.”
Begrip en regionale samenwerking
“Dankzij de afspraken in de Twentse Belofte, ontstond de afgelopen jaren stukje bij beetje meer begrip en een betere regionale samenwerking.” Han geeft een voorbeeld: “Wanneer een zestienjarige uitviel op het mbo, nam het Regionale Meld- en Coördinatiepunt van de gemeente de begeleiding over. Dat waren volstrekt gescheiden werelden. Nu vloeien die in elkaar over en wordt samen met het loopbaancentrum gekeken wat de jongere nodig heeft. We werken interprofessioneel. Jongeren merken dat doordat ze bijvoorbeeld op school terecht kunnen voor een gesprek met een jeugdhulpverlener. Dat gaan we nu ook uitbreiden naar voortgezet onderwijs, want daar worstelen leerlingen met dezelfde problemen. Twee Twentse scholen bieden leerlingen na de zomer geestelijke gezondheidszorg binnen de school. Daarmee willen we voorkomen dat ze later zwaardere zorg nodig hebben en wachtlijsten nog langer worden.”
Inzetten op een soepele overgang
Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten vraagt ook om goede samenwerking tussen onderwijsorganisaties. Han: “Op allerlei terreinen is de overgang van voortgezet onderwijs naar mbo verbeterd. Als vervolg daarop kijken we nu hoe we de overstap van primair naar voortgezet onderwijs kunnen ondersteunen. Scholen zijn enthousiast en werken graag samen om de leerling goed te begeleiden. Een paar jaar terug was er vaak gebakkelei over kosten. Wie gaat dat betalen? Nu vinden we daar samen makkelijker een oplossing voor.”
Korte lijnen, maar wel veel overleg
Marian wijt het succes ook aan de manier waarop de Twentse Belofte is georganiseerd. “De stuurgroep bestaat uit vier wethouders met verschillende portefeuilles uit vier gemeenten. Zij vertegenwoordigen de collega-wethouders uit de eigen, maar ook uit de andere tien gemeenten. De drie onderwijsbestuurders aan tafel praten ook namens de schoolbesturen die niet in de stuurgroep zitten. Dat is een unieke samenwerking gebaseerd op vertrouwen.” Tegelijk stikt het van de overlegstructuren rond onderwijs, jeugdzorg en arbeid, meent Han. “Het komt voor dat ik bij drie overleggen zit en met bijna dezelfde groep mensen praat over hetzelfde onderwerp. Dat kan anders en daar gaat de stuurgroep mee aan de slag. Zodat we onze beschikbare middelen efficiënter inzetten.”
Aantal voortijdig schoolverlaters groeit
In Twente hebben we een laag percentage voortijdig schoolverlaters, maar dat betekent niet dat we er zijn. “We zien juist dat het aantal toeneemt”, vertelt Marian. “Corona zal invloed hebben gehad, maar de problematieken bij jongeren worden ook pittiger. Hoe dat komt? Ik denk dat we een mentaliteitsverandering zien. Bij verzuim hebben kinderen eerder rugdekking van hun ouders, we zien meer problemen, zoals verslaving en verstoorde dag- en nachtritmes. En kijk om je heen, naar onze maatschappij. We kijken er niet meer van op dat iemand wordt doodgeschoten. Tien jaar geleden ging het daar dagen over.” Han vult aan: “We zien ook dat vaker een beroep wordt gedaan op jeugdhulp. En dat meer kinderen zijn aangewezen op specialistisch onderwijs.” Jongeren worden volgens Marian onvoldoende begrensd. “Ze zijn allemaal bezig met hun telefoon, praten niet met elkaar. Dat is een verandering die je niet gaat keren, maar waar we juist samen een antwoord op moeten zoeken.” Hoe gaan we daar het beste mee om? Die vraag laten Marian en Han over aan hun opvolgers.
“Zullen ze blij zijn dat die zeurpotten weg zijn?”, vraagt Marian aan het einde van het gesprek. “Haha, ik laat het met een gerust hart los”, antwoordt Han. Marian ook. “Ik ben blij dat ik mijn steentje heb kunnen bijdragen aan de toekomst van Twentse jongeren.”
Marian Kroeze wordt opgevolgd door Marleen Abbes.
Carien Kielstra neemt het stokje over van Han Peters.
Bedankt voor jullie inzet en betrokkenheid Marian en Han!
Foto: Marijke Monasso, ROC van Twente