Netwerkcoördinator Jeroen Dijkstra blikt terug op de vier regionale bijeenkomsten over nazorg voor VSO/PRO leerlingen in Twente.
Vier bijeenkomsten, vier subregio’s in Twente, één rode draad. In de afgelopen maanden ging netwerkcoördinator Jeroen Dijkstra in gesprek met tientallen betrokkenen: VSO en PRO-scholen, gemeenten, doorstroomcoaches én jongeren zelf. In Oldenzaal, Enschede, Hengelo en Almelo werd open gesproken over hoe de overgang van school naar werk of vervolgonderwijs beter kan. Met als doel: zorgen dat geen jongere tussen wal en schip valt. “Wat opvalt: iedereen voelt de verantwoordelijkheid,” zegt Jeroen. “Iedereen voelt de urgentie. Iedereen wil iets goeds doen voor deze jongeren. Alleen… de nazorg voor jongeren is nog te versnipperd. Een meer samenhangende aanpak is nodig.”
Nazorg kan en móet beter
In Twente krijgen jongeren na uitstroom twee jaar nazorg om hun werk of dagbesteding duurzaam te laten slagen. In alle subregio’s klonk dezelfde roep: het is onduidelijk wie wanneer verantwoordelijk is. Scholen doen wat ze kunnen, maar hebben vaak gebrek aan tijd en middelen. Gemeenten nemen hun verantwoordelijkheid, maar de aanpak is niet altijd eenduidig. En jongeren? Die willen vooral serieus genomen worden. Daarom is besloten om regionaal te gaan werken aan een nazorgprotocol, waarin helder wordt: wie doet wat wanneer, hoe verloopt de overdracht van school naar gemeente én in hoeverre heeft de jongere zelf de regie. “We willen geen dikke rapporten, maar iets wat echt helpt in de praktijk,” aldus Jeroen. “Mentoren, consulenten, jongeren: iedereen moet snel kunnen zien hoe de route loopt en wie betrokken is.
Rollen en verantwoordelijkheden: inzichtelijk op 1 plek
De wens voor duidelijkheid over wie wat doet leeft overal. Daarom komt er naast het protocol ook een overzichtelijk schema waarin alle rollen en verantwoordelijkheden zijn uitgewerkt. “Dat helpt enorm,” legt Jeroen uit. “Het voorkomt ruis en zorgt dat je weet bij wie je moet zijn. Zeker als je in meerdere gemeenten samenwerkt.”
Eén duidelijk document voor een soepele overdracht
Ook het overdrachtsdocument – de brug tussen school en werk of vervolgonderwijs – kwam in alle bijeenkomsten aan bod. Wat moet erin? Wanneer stel je het op? En wie heeft welke rol in dat proces? In dat document staat niet alleen welke opleiding of stage de jongere heeft gevolgd, maar ook welke ondersteuning nodig is, wat de toekomstdromen zijn en welke zaken extra aandacht vragen. Het doel: bij de overdracht naar de gemeente of andere partijen moet in één oogopslag duidelijk zijn wat er speelt en wat er geregeld moet worden. “Het moet geen invullijstje worden voor het archief,” zegt Jeroen. “Jongeren moeten snappen wat erin staat en het idee hebben: dit gaat over mij en mijn toekomst.”
Eén systeem? De wens is er, nu nog de mogelijkheden verkennen
Tijdens de bijeenkomsten kwam ook een praktisch knelpunt naar voren: de veelheid aan systemen waarin scholen, gemeenten en doorstroompunten werken. Die versnippering maakt het delen van informatie lastig en vergroot de kans dat jongeren uit beeld raken. De wens voor één overzichtelijk en gedeeld systeem leeft dan ook breed.
Toch ligt er nog niets vast. Eerst moet goed in kaart worden gebracht wat haalbaar is. “We kunnen nu niet roepen: dit wordt het,” benadrukt Jeroen. “Maar we gaan wel verkennen wat er wél kan. Waar zitten de kansen om slimmer en overzichtelijker te werken, met het belang van jongeren voorop?”
Jongeren krijgen een stem in Twente
De jongeren zelf lieten tijdens de bijeenkomsten goed van zich horen. Ilona, Jilles, Lucas en Percy vertelden hun eigen verhaal. Hun verhalen maakten indruk. “Achter elk beleid zit gewoon een jongere met een toekomst,” stelt Jeroen. “Hun verhalen laten zien waar we het voor doen. Elk verhaal is anders en allemaal zijn ze belangrijk.” De komende tijd investeren we in het versterken van jongerenparticipatie binnen de Twentse Belofte. We willen ervoor zorgen dat jongeren daadwerkelijk een actieve rol kunnen spelen in het meedenken over de plannen voor de komende jaren. Dat betekent dat we gaan kijken hoe we hun betrokkenheid kunnen organiseren, zodat ze in hun eigen taal en op een passende manier kunnen bijdragen aan de besluitvorming en het beleid.
En nu?
“We hebben nu een duidelijk beeld van de situatie,” geeft Jeroen aan. “De volgende fase is al in gang gezet en de plannen krijgen vorm. Ik zorg ervoor dat het netwerk op de hoogte blijft van de voortgang. Het is echt fijn om te merken dat iedereen hetzelfde wil,” zegt Jeroen met enthousiasme. “Dankzij de goede input van iedereen kunnen we nu echt stappen zetten. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid maakt dit proces zo waardevol.”